De kracht van vergeving en dankbaarheid

Wie de ontwikkelingen op aarde beziet, gelooft zijn ogen niet. Ondanks het feit dat reeds velen het licht in zichzelf hebben ontstoken, tiert het duister nog welig. Veelverdieners graaien maar door en vechtersbazen draven maar door. Hoe kunnen wij, als lichtwerkers, hiermee omgaan? 

Moeten we in actie komen en het duister van repliek dienen, of is er een andere manier? Eén die misschien minder voor de hand ligt en die we onszelf weer moeten aanleren. Dit verhaal is een pleidooi voor de kracht van vergeving en dankbaarheid. Een kracht die vrijkomt als we ons verdiepen in de brede context...

Op een goede dag riep God zijn kinderen bij zich en zei: 'Lieve kinderen van de zon, er wacht een groot avontuur op jullie.'

Verbaasd keken de kinderen elkaar aan. Een groot avontuur? Nieuwsgierig vroegen ze God om uitleg. Hierop ging hij verder.

'Jullie zijn mij en ik ben jullie en gezamenlijk scheppen wij het leven met de liefde uit ons hart. Maar er is ook een ander leven, een leven zonder mij, een leven dat niet met liefde wordt geschapen.'

Luid gelach steeg op. Een leven zonder God, een leven zonder liefde? Onmogelijk, dat moet een grap zijn. Vrolijk sloegen ze elkaar op de schouders.

Toen de rust was weergekeerd, schraapte God zijn keel en zei: 'Nee, lieve kinderen, het is waar. Er bestaat een leven zonder licht, een leven waarin mensen in het donker ronddolen.'

Vol ongeloof staarden ze elkaar aan. Een leven in duister? Het was niet te bevatten, werkelijk niet. Hoofdschuddend keken ze naar God.

'Precies', zei God, 'alleen door het te ervaren weten jullie dat het bestaat. Het is de andere kant van mijn levensmedaille, een kant die zich spoedig aan jullie zal openbaren.'

Een man riep vertwijfelt uit: 'Maar hoe kunnen wij zonder U leven. Wij zijn U. Alles waaruit wij bestaan, ademt Uw liefde. Het is onmogelijk.' Zijn vertwijfeling werd breed gevoeld, zo bleek uit het geroezemoes.

Op serieuze toon zei God: 'Het is mogelijk. Ik kan de verbinding tussen ons verbreken, waardoor het licht dooft en de liefdesstroom stokt.'

Ongeloof maakte plaats voor boosheid. 'Nooit', riep een vrouw, 'nooit zal de band tussen ons worden verbroken. Wij zijn één, wij zijn U. Wij zullen dit nooit toestaan.' Haar ferme reactie zorgde voor veel ophef. De mensen stonden op en begonnen door elkaar te schreeuwen. De één boos, de ander verdrietig. God liet zijn kinderen met rust en loste op in het niets. Verslagen keerde men huiswaarts.

De dagen daarop was de boodschap van God het gesprek van de dag. Langzaam maakte hun afkeer plaats voor nieuwsgierigheid. Een leven zonder God...

Op een morgen werden ze wakker. Ze schrokken zich dood, want ze zagen geen hand voor ogen. Het licht was weg, de herinnering opgelost. Waar waren ze? De angst sloeg hen om het hart. Ze werden bang voor het onbekende, voor elkaar en voor zichzelf.

Uit pure angst ontstond de behoefte aan controle. Alles werd vastgelegd, niets mocht aan het toeval worden overgelaten. Het onderscheid tussen goed en kwaad werd geboren, opgetekend in wetten en regels en strikt gehandhaafd. Broeders en zusters met andere opvattingen werden genegeerd, gevangen genomen of zelfs gedood.

Om hun bestaan zeker te stellen, begonnen de mensen zich van alles toe te eigenen. Ze trokken denkbeeldige lijnen in de aarde en noemden zichzelf eigenaar. Ze ruilden de opbrengst van hun arbeid voor andere goederen en diensten. Om dit proces te vereenvoudigen werd geld in het leven geroepen. Op den duur was niks meer gratis, aan alles hing een prijskaartje. Geld vergaren, om bestaanszekerheid te kopen, werd voor velen de voornaamste drijfveer. En om hun bezit te vergroten, werden legers uit de grond gestampt waarmee ze regelmatig ten strijde trokken.

Bang voor het onbekende, poogden ze het leven met hun verstand te doorgronden. Tal van hypothesen werden opgesteld en beproefd. Slaagde de proef, dan was het waar, faalde de proef dan was het niet waar. Aantoonbare onderzoeksresultaten kwamen in dikke boeken terecht die geen tegenspraak dulden. Wat niet bewezen was, bestond simpelweg niet.

Ondanks verwoede pogingen hun bestaan zeker te stellen, bleef de angst voelbaar. En diep van binnen waren ze ongelukkig. Ter onderdrukking van deze nare gevoelens zochten ze van 's morgens vroeg tot 's avonds laat afleiding. Zelfs spaarzame momenten van stilte werden gevuld met rauwe klanken en flitsende beelden uit radio en televisie. Ook de computer en de mobiele telefoon, met hun talrijke mogelijkheden, slokten veel tijd op. Werkte de afleiding onvoldoende, dan kwamen er pillen en drank aan te pas om de ontevredenheid en onzekerheid te onderdrukken.

Op een bepaald moment was voor een kleine groep mensen de maat vol. Zij waren de onrust in de buitenwereld zat en keerden met hun aandacht naar binnen. En daar ontdekten ze een groot geheim. In de stilte hoorden ze een stem, een stem die hen bekend voorkwam, de stem van... God. Een herinnering ontwaakte, een herinnering aan een leven in licht. Door de band met God aan te halen verdwenen hun angst en onvrede als sneeuw voor de zon.

Ze schreeuwden hun ontdekking van de daken, maar de massa had geen oren om te horen. De verlichte broeders en zusters werden genegeerd of uitgelachen. Ze confronteerden God met hun teleurstelling en vroegen hem om raad. En God leerde hen de kracht van vergeving. Hij zei: Open jullie hart en vergeef hen die nog niet ontwaakt zijn. Hierdoor kan mijn liefde weer gaan stromen. De liefde die niets en niemand onberoerd laat, de liefde die de ogen en oren van een ieder zal openen, de liefde die van de bestaande diversiteit een eenheid in verscheidenheid maakt.'

Blij keken ze elkaar aan. God had hen de sleutel gegeven tot een harmonieus leven, een leven waar ze zo naar verlangden. Na zijn opbeurende woorden gingen de verlichte zusters en broeders vol goede moed op pad.

Zij confronteerden een ieder die het horen wilde met hun waarheid. Ondanks hun liefdevolle intentie viel het resultaat tegen. De duistere krachten woedden als nooit tevoren op aarde. Wederom klopten ze bij God aan voor raad. En hij leerde hen de kracht van dankbaarheid. Hij zei: 'Open jullie hart nog meer en wees dankbaar voor de ervaringen die jullie levenspad kruisen; ze vergroten jullie begrip van het leven. Ze laten zien wie jullie werkelijk zijn en wat jullie allemaal kunnen. Zonder deze ervaringen zouden jullie nog steeds in onwetendheid leven. 

Wees ook dankbaar voor de uitdaging waar jullie nu voor staan: het laten terugkeren van het licht op aarde. Om dit te bewerkstelligen, wordt al het duister zichtbaar gemaakt. Niet om jullie vrijheid de finale nekslag toe te dienen, maar om jullie de kans te geven de kracht van vergeving en dankbaarheid te voelen, de kracht die, zoals gezegd, de voorwaarde is voor een terugkeer naar een leven in mijn licht en mijn liefde, een leven zonder angst, zonder oordeel en zonder onvrede.'

De kinderen van de zon keken elkaar aan en wisten dat ze voor de grootste uitdaging van hun leven stonden...

In liefde,
Tjeerd Roosjen